Reflectie over eed, beloningen banksector, staatsbanken en de bankhistorie

Op Paasmorgen heb ik het genoegen bij het programma Onvoltooid Verleden Tijd (OVT) aan te schuiven om in gesprek (luister hier terug) te gaan over de recente ontwikkelingen rond ABN AMRO en de vraag of het een staatsbank zou moeten of kunnen worden. Voor wie OVT nog niet kent: dat is een al heel langlopend mooi radio-programma dat elke week weer nieuwe perspectieven op de geschiedenis biedt en voor mij persoonlijk ook een inspiratiebron was bij het vormgeven aan het initiatief Financieel Erfgoed.

Omdat er in een radioprogramma uit de aard van de zaak geen ruimte is voor uitgebreide bespiegelingen, leek het me goed om die op deze aparte blog vast te leggen. Let wel: dit is meer een uitgebreid kladblok van gedachten dan een strak gecomponeerd verhaal. Het valt uiteen in twee blokken namelijk de aanleiding enerzijds en de oplossingsrichting anderzijds. Daarbij blik ik zowel terug op bankiersmoraliteit, financiële crisis en oude staatsbanken als de Rijkspostspaarbank en de Postcheque- en Girodienst.

1: De aanleiding: consternatie over bankbeloningen en ABN AMRO-salarisverhogingen
De afgelopen weken is er het nodige te doen geweest over de beloningen die de top van de ABN AMRO zichzelf heeft toebedeeld/geaccepteerd en daarna weer geweigerd. De korte samenvatting van het voorafgaande was als volgt:

– vanaf 2007 raakten de Nederlandse banksector geleidelijk verzeild in de financiële crisis en het overheersende gevoel in de bestuurlijke top leek te zijn dat dit de banken vooral vanuit het buitenland overkwam en we in Nederland de boel goed op orde hadden: het woord sorry werd daarom niet of met grote moeite uitgesproken,

– na een aanvankelijke periode van ontkenning realiseerden de Nederlandse banken zich dat ze stappen moesten zetten om het geschonden vertrouwen tussen de banken en de samenleving weer te herstellen: er werd een internationaal unieke serie stappen gezet die bestonden uit het instellen van een Commissie (Maas), het formuleren van een code Banken en daarbij ook het formuleren van een bankiers-eed. Dit is iets om oprecht trots op te zijn.

Zwerend handje. Collectie Amsterdam Museum

– de bankierseed is historisch gezien heel interessant: ruim honderd jaar geleden was de interne moraliteit in het geldwezen voor de bankiers zo vanzelfsprekend dat toen Berlage een moraliserend zwerend handje aanbracht op de hekken van de effectenbeurs, de bankiers die in grote verontwaardiging lieten verwijderen (zie deze blog bij het Amsterdam Museum). Door tal van ontwikkelingen (o,a. ontzuiling en economisering) zijn we nu echter op een punt gekomen dat het nodig was om dat zwerend handje toch tevoorschijn te halen, en wel in de vorm van een eed onder de Wet Financieel Toezicht.

– de verankering van de bankierseed in wetgeving is voorgesteld door en voor de topbestuurders van de Nederlandse banksector juist om het vertrouwen met de samenleving te herstellen. Vanaf 1 april 2015 geldt hij ook (inclusief tuchtrecht) voor alle medewerkers in de financiële sector. Ook dit is iets om heel trots op te zijn: het is uniek dat een sector zich zo toetsbaar en dienend wil opstellen aan de samenleving en je kunt dit, zij het met enige kanttekeningen, in essentie vooral toejuichen. Hiermee wordt een belangrijke, goede en ook nu weer internationaal historische stap gezet.

– het doel van de eed is uitgebreid toegelicht: de bankiers willen niet alleen voor zichzelf, maar in het bijzonder ten overstaan van de samenleving toelichten dat ze voortaan het vertrouwen in de banksector in het oog zullen houden en niet meer eenzijdig zullen denken aan het aandeelhoudersbelang. De vorm van de eed is dus een sociaal contract met de samenleving waarin staat wat van bankiers verwacht mag worden:

Ik zweer/beloof dat ik een zorgvuldige afweging zal maken tussen alle belangen die bij de onderneming betrokken zijn, te weten die van de klanten, de aandeelhouders, de werknemers en de samenleving waarin de onderneming opereert.

– wie met deze belofte in de hand onderzoekt hoe de Raden van Commissarissen en topbestuurders (de gevers en nemers van beloningen) invulling geven aan de bankierseed en van daaruit hebben kunnen besluiten om de bankbestuurders (die hun oude bonussen zagen verdwijnen) in ruil een vaste salarisverhoging te geven komt voor een grote intellectuele uitdaging te staan.

– professioneel gezien is in HR-land namelijk al lang duidelijk dat bonussen en overmatige beloning niet werken; de kernredenering van remuneratie-commissies dat hoge beloningen en verhogingen van salarissen zinvol zijn voor de aandeelhouder is dan ook moeilijk te volgen; het argument dat de beste mensen moeten worden behouden is vergezocht en past eigenlijk vooral in de tunnelvisie die voorafgaand aan de financiële crisis werd gehanteerd,

– juist de eed, het sociale contract met de samenleving, forceert de bankiers van nu om na te denken over het perspectief van de klanten (die worden er natuurlijk niet beter van, want de salarisverhoging wordt feitelijk door hen betaald), het perspectief van de eigen werknemers (waarvan één op de vijf in de nabije toekomst ontslagen zal worden, maar desalniettemin zijn best doet om op een serieuze manier met de bankhervormingen na de crisis om te gaan) en het perspectief van de samenleving (daarin wordt in de post-crisis-situatie alle werk en inkomen onzeker en wordt het hebben van een vaste baan als een voorrecht gezien dat steeds minder mensen zullen hebben). Deze perspectieven hebben -kennelijk – onvoldoende gewicht in de schaal gelegd bij de topbestuurders in bankenland.

– wat bovendien lijkt te ontbreken bij de huidige consternatie – maar toch zwaar zou moeten wegen bij het ‘zorgvuldig afwegen’ uit de bankiers-eed – is een kerngegeven uit het hoofdstuk één over leidinggeven. Les nummer één is namelijk dat het nooit de regels, beloningen of straffen zijn die een organisatie, cultuur of een bedrijfstak doen veranderen, maar dat het gaat om voorbeeldgedrag. Alleen als de top van een bedrijf het goede voorbeeld geeft, wordt er overal elders navolging gegeven. Juist de bestuurlijke toppen van grootbanken als ABN AMRO, ING en Rabo hebben zich van dit effect nadrukkelijk rekenschap te geven en het is een boeiende vraag of dit punt in de Raden van Commissarissen en Bankbesturen ook als zodanig aan de orde is geweest. Mij lijkt het dat het de doorslaggevende overweging zou kunnen zijn geweest bij het afzien van de salarisverhogingen.

– een alternatieve manier van denken, minder langs de lijnen van de eed, maar meer een denkoefening die helpt te onderzoeken waar de lijnen van moraliteit en gezond verstand lopen, gaat als volgt. Hoe zou je, als bestuurders, na een dag van vergaderen, thuis aan je eigen kinderen of kleinkinderen uitleggen dat je die dag, in deze tijd van crisis, met de ene hand weer 2000 mensen hebt ontslagen en met de andere hand jezelf extra hebt laten belonen. Wat denk je dat je kind zou vragen? Hoe zou je antwoorden? En wat zou je dan voor vraag terug krijgen? En wat denk je dat datzelfde kind – als je denkt dat je het hebt weten te overtuigen – twintig jaar later van jouw opstelling zou vinden? Is je gedrag als positief inspirerend te beschouwen?

– de grote consternatie die nu de afgelopen weken en maanden is ontstaan rond beloningen (van zowel ABN AMRO, als ING en Rabo) is een logisch resultante van twee zaken. Allereerst voelt iedereen op zijn klompen aan dat de beloningsbeslissing in de bestuurlijke top van de drie grootbanken moreel gezien niet sluitend is te krijgen, tenzij met geforceerde intellectuele krachtsinspanning en ontkenning van relevante perspectieven. De reden waarom het nu extra problematisch is – punt twee – is dat dit gebeurt in een situatie waarin de bankiers juist met de hand op hun hart of op de bijbel, hadden beloofd dat ze vanuit een breder perspectief hun rol in de samenleving gaan vormgeven. Terwijl de crisis nog amper voorbij is, blijkt de plechtige eed die diende om het vertrouwen te herstellen, niet of niet meer nageleefd wordt door de bestuurlijke top van de grootbanken.

– terzijde: het gebrek aan voorbeeldgedrag van deze selecte groep bestuurders is vooral heel erg pijnlijk voor de overgrote meerderheid van medewerkers en bestuurders in de financiële sector die wél een nieuwe koers zijn ingeslagen en al vele jaren écht met hart en ziel vormgeven aan het nieuwe bankieren: bankieren met oog voor risico’s, met oog voor de klant, met oog voor de bankiers-eed en met oog voor duurzaamheid. Al hun moeite en succesvolle verandering verdwijnt bij deze discussie uit beeld en dat blijft nu helaas onderbelicht.

2- de oplossing: van ABN AMRO een Staatsbank maken
Eén van de oplossingen die nu in de politiek de ronde doen is om van ABN AMRO een Staatsbank te maken. Heel duidelijk zie je daar de echo van de twee voormalige staatsbanken terug: de Rijkspostspaarbank (in 1881 opgericht) en die van de Postcheque en Girodienst (1918).

Met name de aanwezigheid van de Postgiro op het bancaire speelveld leidde het grootste deel van de vorige eeuw tot een basisdienstverlening aan klanten die gratis en toegankelijk was en de andere partijen in de markt dwong om hun prijzen niet exorbitant hoog te maken. Het beleggingsbeleid was conservatief (vooral overheidsobligaties) en de ambtenarenstatus leidde ertoe dat van exorbitante beloningen geen sprake was. Uiteindelijk werd echter de Postgiro geprivatiseerd en ontstond een winstgevende Postbank als private partij. De dienstbaarheid aan het publiek (voortkomend uit de oud-overheids rol) bleef nog lange tijd de ongeschreven leidraad in de bedrijfsvoering, tot het merk in 2009 in de vaart der volkeren werd opgedoekt.

De basisredenering om nu van de ABN AMRO een staatsbank te maken is als oplossing heel begrijpelijk. Dit biedt de mogelijkheid om er een voorbeeldbank van te maken waar normale beloningen plaatsvinden, duurzame produkten worden aangeboden enzovoorts. In feite kun je dan de bank, net als destijds de Postgiro en de Rijkspostspaarbank, aan de banden van het parlement leggen en onder controle houden. Het bestaan van die bank biedt zowel een toegankelijke en redelijk geprijsde basisvoorziening in de markt, als een benchmark waar andere commerciële spelers niet omheen kunnen. Daarnaast was de Postbank, dankzij schaalgrootte, procesbeheersing en efficiency een goed winstgevende bank, dus dat zou dan de staatskas nog eens spekken ook.

Het idee gaat in de praktijk echter vermoedelijk niet werken. In de eerste plaats niet omdat ABN AMRO het dienstverlenen aan particulieren niet in de genen heeft zitten. De enige reden waarom de voorgangers van ABN AMRO zich interesseerden voor de particulier was dat er in de jaren vijftig/zestig geld nodig was om kredietverlening aan bedrijven te kunnen laten groeien en financieren. De bank was nooit gericht op de particulier en daar liggen dus ook niet de kernkwaliteiten (een goed track record op efficiency zou het minste zijn wat je dan nodig hebt en dat ontbeert ABN AMRO bijvoorbeeld). De verwachting dat je desalniettemin een jarenlang gegroeide structuur en gerichtheid op de zakelijke klant (die nog immer aanwezig is) met een gerichte opdracht vanuit de politiek zou kunnen veranderen is onterecht.

Een tweede punt waarom welke bank dan ook als volksbank vermoedelijk niet zal gaan werken is klantgericht. Als die staatsbank er staat, krijgt hij dan ook klanten, of houdt hij dan wel zijn klanten? De oproep tot een volksbank is immers vergelijkbaar met de oproep om voortaan geen plofkippen of ongezonde produkten meer te kopen of produceren. In naam zal iedereen het met dat idee eens zijn, maar in de praktijk kiest de klant vaker voor zijn portomonnee dan voor zijn ideaal. Dit verschijnsel zagen we het duidelijkst terug bij de talloze klanten die kozen voor een bank uit IJsland omdat die net even wat meer spaarrente bood. Het is dus nog maar de vraag of de bank zijn klanten voor zich weet te winnen (of weet te behouden).

De lotgevallen van de Rijkspostspaarbank
Een andere boeiende vraag is of het wel zo zinvol is om als parlement met deze mate van detail aan de knoppen te zitten. Het kan namelijk zomaar zijn dat dit idee verwatert tot een onwerkbaar construct. De geschiedenis van de Rijkspostspaarbank is wat dat betreft veelzeggend. Nadat in 1861 in Engeland een Post Office Savings Bank ontstond, werd dit onderwerp ook in Nederland vaker besproken. Uiteindelijk probeerde een parlementariër in 1870 met een amendement op de begroting van Verkeer en Waterstaat die bank op te richten.

Dit idee faalde en zo ontstond gedurende vijf jaren vanaf 1875 een ander compromis-model: de loketten van de Postkantoren zouden gelden aannemen voor particuliere spaarbanken. Die particuliere banken waren echter onvoldoende bekend/vertrouwd en zo vonden in het eerste jaar niet meer dan 400 inleggen plaats. Daarnaast waren de kosten van het model hoger dan de rente-opbrengsten.

Toen in de loop der tijd bleek dat in België en Italië inmiddels ook met succes een staats-spaarbank was gelanceerd, was het definitieve besluit (op 14 april 1880, bijna precies 135 jaar geleden) snel genomen. Dankzij het netwerk van de Postkantoren en de vertrouwdheid van de overheid waren er in één jaar al 30.000 spaarbankboekjes uitgezet, met gemiddelde bedragen van enkele tientjes. In 1900 beliep dat tegen de 900.000 en zo verwierf de Rijkspostspaarbank zich al snel een duidelijke rol als spaar/depositobank voor de gewone man.

Wat de Rijkspostspaarbank uiteindelijk de das omdeed was de strijd om particuliere deposito’s vanaf de jaren vijftig. Algemene banken en coöperatieve banken waren veel sneller in staat om producten met net iets betere percentages aan te bieden dan de RPS en zo verloor ze gestaag haar marktaandeel (dat ging van 40 – 30 naar 16 %). De RPS probeerde nog een fusie met gezamenlijke lokale spaarbanken, maar toen die niet wilden, resteerde een fusie met de Postgirodienst.

Kan dat idee van de volksbank ook op andere manier worden geregeld?
Jazeker: juist ook de Europese regelgeving biedt mogelijkheden om door toepassing van het concept universele dienstverlening te komen tot het formuleren van een basis-set aan eisen/bankprodukten die in de lokale markt geleverd moet worden.

Een onderzoek hoe dit moet is in 2006 afgerond door de Universiteit van Tilburg. Het laat zien op welke manier een samenleving, op de meest efficiënte wijze, ervoor kan zorgen dat een basis-voorziening dienstverlening beschikbaar is. In feite komt het erop dat door de overheid een publieke aanbesteding wordt gedaan, waaraan specifieke voorwaarden kunnen worden verbonden voor de leverende bancaire partij (bijvoorbeeld: geen topsalarissen, geen bonussen enzovoorts). Een nadeel hiervan is dat dit model de overheid op permanente basis geld kost en het idee achter de staatsbank vermoedelijk is dat die bank geld/winst oplevert (en niet kost).

Inmiddels is men in Europa echter een andere weg gegaan. Er is een Payments Account Directive aangenomen (die vanaf september 2016 van kracht wordt) die formuleert dat alle banken in Europa tenminste tegen een redelijke prijs een basis-set dienstverlening moet aanbieden aan de klanten. De banken zijn verplicht om hun tarieven in het betalingsverkeer goed te publiceren en moeten overstappen binnen korte tijd mogelijk maakt. Dat dekt dan een deel van de politieke behoefte: zeker weten dat er nog gewone banken zijn waar je tegen een redelijke prijs kunt bankieren. Het pakt echter de thematiek van scheef beloningsbeleid niet aan.

Wat als oplossing resteert blijft daarmee de weg van geleidelijke groei. Hoewel de realiteit is dat de bankklant niet snel overstapt, is te zien dat de klanten – ook in het verlengde van de houding van de grootbanken in het maatschappelijk debat – geleidelijk steeds duidelijker en vaker kiezen voor een bank die duurzaam is, geen geld leent aan foute bedrijven en geen overdreven belonings-structuren kent. De recente internationalisering van het betalingsverkeer maakt het daarbij iedereen mogelijk om de blik te verruimen naar ook buitenlandse partijen die passen in het gewenste profiel.

Zo zou toch langs de lijnen van geleidelijke marktwerking dezelfde verandering kunnen plaatsvinden als die nu in de politiek met een geforceerd idee wordt voorgesteld.

Financieel Erfgoed zet de laatste Nederlandse transactie op naam !

Financieel Erfgoed zet laatste Nederlandse girale transactie bij in virtueel museumEr zijn historische momenten, die je niet mag missen. De overgang van het Nederlands naar het Europees betalingsverkeer is er zo één. Eind december 2014 was het zo ver. Het laatste Nederlandse produkt zou vanaf 1 januari 2015 ophouden te bestaan. Daar moesten we  iets mee doen natuurlijk. En dus ging Financieel Erfgoed met hulp van de internationale terminalleverancier Magna Carta, op jacht naar de allerlaatste Chipknip-transactie. 

 

CertificaatDe jacht had wat voeten in aarde. Op 31 december bleken er al de nodige Chipknip-betaalpunten buiten bedrijf. Gelukkig had Magna Carta nog wat terminals achter de hand gehouden… en zo konden we een pracht-transactie op onze naam zetten. Gedateerd op 31 december 2014, om 23 uur 59 en 59 seconden precies. Dat is letterlijk het allerlaatste moment waarop het officieel nog toegestaan was om Chipknip transacties te doen.

Het bijzondere bij Chipknip-transacties is verder dat je alleen door een bonnetje kunt zien of/wanneer je die hebt gedaan. In plaats van die bon kregen we van Magna Carta een officieel certificaat met daarin alle gegevens van de transactie. Die hebben we inmiddels bijgezet in ons digitaal museum.

dialaatstedownloadMaar goed, met zo’n transactie alleen ben je er nog niet. Die moet ook nog ter verwerking naar de bankcomputer gestuurd worden. Die bankcomputer is nog open tot en met 18 januari 2015. In verband met de afbouw van de Chipknip-transacties zijn de terminals in het veld echter technisch aangemoedigd om liefst voor 3 januari hun laatste transacties op te sturen. Alleen de speciaal voorbereide terminals van Magna Carta hielden hun transacties wat langer vast. En zo stuurde Magna Carta gistermiddag, 16 januari, tijdens een speciale ceremonie hun laatste transacties op naar de bank.

Daarmee behoort zowel deze laatste afstorting/transactieverwerking als de laatste Nederlandse transactie definitief tot onze geschiedenis. Om dat moment te markeren presenteerde Simon Lelieveldt deze canon van het Nederlandse girale retail betalingsverkeer. In die canon, waarop tijdens de presentatie tal van toevoegingen en aanvullingen kwamen die we graag overnamen, wisselen samenwerking en concurrentie zich af. De vraag die zich aandiende, ook bij de terugblik door Tom de Regt van Magna Carta, is of op alle momenten in de geschiedenis die samenwerking of concurrentie wel zo vruchtbaar is geweest.

Bij de borrel nadien werden tenslotte niet alleen tal van herinneringen opgehaald: we mochten ook van diverse aanwezigen nog bijdragen ontvangen voor de collectie van Financieel Erfgoed: oude passen, Chipknippers, een Chipknip-paraplu en enkele Chip-paslezers (zie ook onze Facebook-pagina). Met dat alles kunnen wij niet anders dan zeer tevreden terugblikken op dit historisch moment.

Diverse materialen die met Chipknip te maken hebben

Oorkonde John GigengackDe herdenkingsceremonie voor de laatste Nederlandse girale consumentenbetaling, as. vrijdag in Haarlem, heeft tot gevolg dat we allerlei materiaal toegestuurd krijgen.

In deze blog zetten we die materialen op een rijtje:
– een bijdrage van Rein Kieviet: Patatje chippen in Arnhem,

– een certificaat/zilveren Chipknip die John Gigengack kreeg bij pensioneren en een exposé van zijn hand: Start en finish Chipknip,

– een verslag van de vierde conferentie: De doorbraak van de chipcard, in 1998, waar de tweespalt tussen Chipper en Chipknip nog wel merkbaar was, maar ook de toekomstige samenwerking al in de lucht hing.

Als er nieuwe bijdragen komen, worden die aan deze post toegevoegd.

Bespiegeling bij einde van bijna 100 jaar Nederlands consumentenbetalen

Oude en moderne betalingsverkeer, 1908, VisseringDeze maand vinden de laatste Chipknip transacties plaats. Daarmee eindigt een tijdperk van bijna honderd jaar consumenten-betalingsverkeer. Dat tijdperk bevatte zowel verworvenheden als zaken die maar beter tot het verleden zouden moeten gaan behoren.

Onze bespiegeling hierover vindt u hieronder. Daarnaast laten we weten dat we druk bezig zijn om ervoor te zorgen dat de allerlaatste Nederlandse (Chipknip-)transactie onderdeel wordt van het digitaal museum: Financieel Erfgoed op de kaart. Meer daarover later.

 

Bijna honderd jaar consumentenbetalingsverkeer
Rond 1900 wordt geleidelijk bij het publiek en middenstand de behoefte groter om meer geavanceerde methoden te gebruiken dan de postwissel. Het heeft dan echter nog tien jaar nodig tot de Amsterdamse Gemeentegiro en de nationale Postcheque- en Girodienst daadwerkelijk ten tonele verschijnen.

In die tien jaar werden de Amsterdamse kassiers door De Nederlandsche Bank nog aangemoedigd om tot een verbeterd betalingsverkeer te komen: dat zou mogelijk de oprichting van een nationale girodienst overbodig kunnen maken. De kassiers pakten de handschoen echter niet op en creëerden daarmee hun eigen grootste rivaal.

Vanaf 1918 fungeerde de nationale Postcheque – en Girodienst tot enige tijd na de privatisering in 1986 als een benchmark in de markt voor alle partijen. De giro bood – wat we nu het Internetmodel zouden noemen – het betalingsverkeer gratis aan de klant aan en was zich de status van publieke instelling zeer bewust. Dit noodzaakte de banken om tenminste hetzelfde niveau van dienstverlening te bieden.

Naarmate de privatisering van de Postbank echter langer geleden was, verdween in die organisatie steeds meer het publieke dienstbaarheids en nutsfunctie-gevoel. Typerend hiervoor is dat het merk Postbank werd opgeheven, alhoewel de Postbank formule in het buitenland onder de naam ING Direct nog het nodige terrein wist te veroveren. Het heeft daarbij tot de financiële crisis en de staatssteun moeten duren voordat het gevoel voor de publieke zaak weer enigszins terugkeerde bij ING.

Nederlandse verworvenheden 
In de loop van de geschiedenis hebben zich de nodige innovaties voorgedaan in het Nederlands betalingsverkeer. Zo was de Amsterdamse Gemeentegiro al vanaf het begin in de jaren 20 op efficiënte wijze georganiseerd. De directeur, Keegstra, ging naar Zeiss Ikon om verder te spreken over het fotograferen van betaalopdrachten. Dat maakte het mogelijk de verwerking nog beter in te richten (en werd een internationale best practice). Ook besloot hij een soort lokaal bankbiljet uit te geven, hetgeen echter in de kiem gesmoord werd door DNB (die de concurrentie met het bankbiljet vreesde).

Ook later in de vorige eeuw, rond de jaren zeventig kenmerkt de Gemeentegiro zich nog als innovatieve partij. Er werden reizen naar het buitenland ondernomen om vroeg kennis te hebben van uitgifte van cards en gebruik van geldautomaten. Afgezien van proef-nemingen bij banken en giro liep de Amsterdamse gemeentegiro voorop in het feitelijk beschikbaar stellen van een geldkaart voor de klant.

Een pluspunt voor Nederland, achteraf bezien, was het collectief vermogen om de credit-card zo lang, zo effectief buiten de deur te houden. Al bij de introductie van de betaalkaart in de jaren zestig, maken de banken duidelijk dat ze dit als een te kostbaar instrument beschouwen. En ook bij de vervanging van die betaalkaart door het pinnen wordt niet getwijfeld: er moet een Nederlands system komen. Dankzij de interventie van Albert Heijn werd dat ook een gezamenlijk systeem, dat in efficiëntie en kostprijs zeer goed afstak bij dat in andere landen.

 Afrekenen met het verleden 
Ik hoop dat, met het afscheid van de Nederlandse betalingen, we ook afscheid kunnen nemen van twee gewoonte’s uit het verleden: concurreren op techniek en de intern georiënteerde klantgerichtheid.

Het concurreren op een technische standaard was in de banksector lange tijd de norm. Zo besloten de gezamenlijke banken rond 1965 om een eigen bankgiro-techniek te ontwikkelen. Men ging niet in op de uitnodiging vanuit de Postgiro om gemeenschappelijke techniek te hanteren. Hierdoor bestonden er lange tijd technische verschillen tussen het circuit van ‘giro’ en ‘bank’.

Uiteindelijk zijn, in een periode van 30 jaar, die verschillen geleidelijk verdwenen, maar zowel rond de ontwikkeling van het pinnen als bij het opzetten van de Chipknip kwam de oude gewoonte weer terug. Een huiselijke ruzie tussen banken, die in de bestuurskamers had moet worden beslecht, werd over de hoofden van het publiek uitgespeeld. Het versterkte het beeld van banken voor wie de onderlinge dynamiek relevanter was dan het dienstbetoon aan de samenleving.

Het tweede punt: de intern gerichte blik op wat de markt en de klant nodig heeft, blijft tot op het laatst een punt van aandacht. Opmerkelijk vind ik bijvoorbeeld hoe passief-reactief de banken omgaan met vragen en problemen rond de overgang naar IBAN en de conversie van adresboeken.

Wie per ongeluk geld overmaakt op een verkeerde IBAN komt terecht in een juridisch corset waarin de bank zich beperkt tot het pas – na een verzoek tot terugbetaling in een bepaalde periode –  verstrekken van de klantgegevens van de onterechte begunstigde. Zo’n benadering komt kil en koel over en doet afvragen waarom de banken in die situatie niet bijvoorbeeld een handleiding/gids meegeven aan hun klant over de beste manier om hun geld terug te vorderen bij de onterechte begunstigde.

Ook bij de Chipknip verbaasde ik me erover dat de banken aanvankelijk serieus van plan waren om de houders van Chipknip-passen allen individueel op te roepen hun elektronisch geld terug te wisselen via een oplaadpunt. De consument van vandaag kan dit moeilijk begrijpen. Als de techniek het mogelijk maakt om hen, zonder extra handeling, het geld op de Chipknip terug te geven, waarom gebeurt dat dan niet?

Uiteindelijk keerde de wal het schip: onder druk van de media en klanten werd alsnog besloten om de gelden terug te geven. Een juist besluit, waarvan de goede praktische uitvoering overigens niet onderschat moet worden.

De toekomst van het betalen 
In het internationaal georiënteerde betalingsverkeer van 2015 en verder zal de speelruimte voor Nederlandse banken kleiner worden. Dat neemt niet weg dat ook dan nog sprake zal zijn van de nodige Nederlandse innovatie en inbreng. Die inbreng is echter niet altijd even zichtbaar of herkenbaar.

Banken staan komend jaar verder onder druk. Als ze zich niet aanpassen op een realiteit van open standaarden en klantgericht handelen, vooral verworden tot een passief geldloket op de achtergrond. De kans is reëel dat allerhande nieuwe aanbieders (betaalinstellingen etc), consumenten, winkeliers, grote retailers en crowdfunders er met de bal uit het betalingsverkeer vandoor gaan.

Harke Keegstra, stuwende kracht achter de Amsterdamse gemeentegiro (1879-1965)

Bron: familiearchief Keegstra

Bron: familiearchief Keegstra

Eén van de verhalen die Financieel Erfgoed in de loop der tijd heeft ontsloten gaat over de stuwende kracht achter de Gemeentegiro Amsterdam: Harke Keegstra.

Speciaal voor het project: de geschiedenis van de ambtenaar, maakten wij een korte samenvatting/overzicht van de betekenis die Keegstra had als initiator en eerste directeur van die Gemeentelijke dienst. Daarin is ook meer te vinden over de verschillende innovaties die hij bedacht: een gewaarmerkt girobiljet, fotograferen van betaalopdrachten enzovoorts.

Betekenis van Keegstra
In het leven van Keegstra komen een aantal boeiende historische lijnen bijeen. Zo was hij als Fries, één van de vele immigranten die rond 1900 richting Amsterdam trok. Hij raakte daar in de ban van de coöperatie als samenwerkingsvorm en van nieuwe boekhoudtechnieken, moderne bedrijfsvoering en efficiency. Daarnaast was hij sterk gericht op woningbouw en het nieuwe bouwen.

De oprichting van de innovatieve Gemeentegiro Amsterdam is zonder meer Keegstra’s bijzondere bijdrage aan onze geschiedenis. Hij bracht als eerste het girale betalingsverkeer naar het gewone publiek met moderne middelen. Die vooruitstrevende geest uit het begin heeft de GGA nooit meer losgelaten. Tot aan het opgaan in de Postbank, in de jaren zeventig, liep de Gemeentegiro voorop met de introductie van geldautomaten, automatisering en innovatie in het betalingsverkeer.

Zelfs tot op de dag van vandaag zijn de oudere Amsterdammers nog trots op hun gemeentegiro en de mooie blauwe bussen. Zo toont de loopbaan van Keegstra hoe groot de invloed kan zijn die sleutelpersonen, tot voorbij hun overlijden, hebben op de ontwikkeling van een organisatie en bedrijfstak.

Lees hier de volledige levensbeschrijving/bijdrage.

Workshop Mastercoin: een nieuw team-event door Financieel Erfgoed

Image
Maak de stap vanuit de financiële geschiedenis naar het betaalmiddel van de toekomst !
Dat is het motto van de workshop Mastercoin die Financieel Erfgoed deze maand heeft gelanceerd. Een team van 25 personen werd in hartje Amsterdam ondergedompeld in muziek, de financiële geschiedenis en de opdracht om in korte tijd een unieke, wereldveranderende munt te bereiden.

Geinspireerd op het concept Masterchef ontstonden vier verrassende munten die elk op hun eigen manier aansloten op de ontwikkelingen van dit moment: vergrijzing, kennis delen, time-management en sociale media. Enkele uitspraken van de deelnemers:

‘Het was gevarieerd, spannend en uitdagend!’
‘Kortom: het heeft een boost gegeven aan ons team.’

Heeft u een team-uitje voor de boeg, wilt u werken aan teambuilding én ook zelf eens aan het roer staan van revolutionaire veranderingen in het betalingsverkeer en de samenleving?

Neem dan contact met ons op om te overleggen hoe en wanneer we deze workshop ook voor uw organisatie kunnen uitvoeren.

Mooie tentoonstelling 100 jaar reclame in de Beurs van Berlage

Financieel Erfgoed te gast in Beurs van Berlage

Gistermiddag bezocht ik als gast van het ANP de tentoonstelling 100 jaar reclame in de Beurs van Berlage. Het was een mooie tentoonstelling in de kelders van het gebouw. Rondom en in de oude kluis komen de hoogtepunten uit de reclame geschiedenis, geranschikt naar thema, voorbij. Een absolute aanrader, zeker ook omdat in aparte mini-theaterjes de leukste clips uit de geschiedenis te zien waren.

Wij keken natuurlijk met een bijzonder oog naar die geschiedenis: welke reclame gaat er allemaal over financiële zaken. Hieronder een kort overzicht van wat we zagen: een PIN-reclame met Rob de Nijs, de postgiro-reclame en een reclame over de girobetaalkaart.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Eugene White over de lessen uit de financiële geschiedenis voor vandaag de dag

Deze week zagen wij een mooi kort interview op Twitter voorbij komen. Aan het woord is Eugene White, financiële geschiedkundige, die een scheidslijn trekt tussen voor en na 1914, wat betreft het kijken naar de financiële crises. Je kunt de video hier bekijken.

Hij verduidelijkt onder andere dat het door wetten beperken van de rol van financiële instellingen tot gevolg heeft dat er ook weinig opbrengsten zijn voor het publiek/economie. Dat is een maatschappelijke keuze.

Hij vertelt ook dat de Glass-Steagal act er zo gekomen is als compromis tussen Steagal (vz Banking Committee in de House of Representatives) die depositogarantie wilde voor de kleinere marktspelers/consument. Glass was aan de andere kant een vrije markt-adept en die wilde publicatie-eisen, scheiding van bankactiviteit en dat was het dan. Zo kwamen twee politieke wensen bijeen in één wet. White wijst er nog eens op dat deze politieke dynamiek onvoldoende wordt herkend door de politici van vandaag die terugblikken op het verleden.

Wat nostalgie, maar toch vooral een mooi en inspirerend 2014 !!

Zo rond de jaarwisseling is er gelegenheid om terug en vooruit te blikken. Voor de financiële geschiedenis was 2013 een bewogen jaar, met vooral de sluiting van het geldmuseum als saillant moment. Als herinnering hebben we daarom vandaag een impressie op youtube geplaatst van onze laatste wandeling door de gangen van het Museum. 

Juist de financiële geschiedenis leert ons ook dat in lastige tijden: de broekriem wordt aangehaald, door zowel particulieren, bedrijven als overheden en elk dubbeltje wordt een extra keer omgedraaid. Tegelijkertijd zijn er dan ook nieuwe initiatieven, waarin met minder geld, hetzelfde wordt gedaan.

Dat geldt ook voor de aandacht voor het (financieel) erfgoed in Nederland:
de muntcollectie van het geldmuseum gaat naar de Nederlandse Bank,
– de Bank Nederlandse gemeenten heeft niet alleen een erfgoedprijs uitgereikt dit jaar, maar laat ook de eigen geschiedenis documenteren door de wetenschappers van de Universiteit Utrecht,
– de Nederlandse Munt sloeg de eerste munten met de beeltenis van Koning Willem Alexander en de profielen van alle koninklijke voorgangers,
het spel van de Gouden Eeuw, een prachtige serious game over de gouden eeuw en geldverdienen, wordt ook beschikbaar gemaakt voor het  Android platform,
– in Amsterdam opende de Amsterdam Exchange Experience de deuren, zodat bezoekers niet alleen op Beursplein vijf naar de stier kunnen kijken, maar ook worden meegetroond in de geschiedenis van het aandeel.

Natuurlijk doet ook Financieel Erfgoed een duit in dit zakje. Dit jaar komt onze eigen app (in samenwerking met iTours) uit over de financiële geschiedenis van Amsterdam. We gaan een pubquiz maken over financiële geschiedenis en we vergroten onze multimediale aanwezigheid met accounts op Google en Youtube. En natuurlijk vervolgen we onze gebruikelijke activiteiten: boottours, lezingen, workshops en stadswandelingen over de financiële geschiedenis en wat die voor ons vandaag de dag voor ons nog betekent.

Tot zien in 2014 !!

Simon Lelieveldt

Terugblik Financieel Erfgoed over 2013

Het afgelopen jaar was voor ons een mooi jaar, waarin de hele reeks van activiteiten rond Financieel Erfgoed goed tot zijn recht kwam.

Lancering van Financieel Erfgoed op de Kaart
Financieel Erfgoed op de KaartHet jaar begon met de lancering van ons digitaal museum: Financieel Erfgoed op de Kaart. Op die site verzamelen wij de verhalen en lokaties uit de financiële geschiedenis die de moeite van het vastleggen en bewaren waard zijn. De site kan zowel via de PC als de mobiele telefoon bekeken worden en trok dankzij publiciteit via het Parool veel bezoekers.

Maatwerk-wandelingen en boottochten
We verzorgden diverse maatwerkwandelingen over de financiële geschiedenis van Amsterdam aan bezoekende studenten uit de VS, een groep van Nyenrode-studenten, Noorse verzekeraars en het Ministerie van Economische Zaken. Daarnaast introduceerden we de boottocht financiële geschiedenis, voor twee organisaties die in de financiële sector actief zijn.

April: Nacht van de filosofie over schuld en boete
In april van dit jaar was de nacht van de filosofie gewijd aan het thema schuld en boete. Onder de titel: “Back to the future” verzorgden we een lezing over de toekomst en geschiedenis van ons geld. Ook namen we deel aan een panelgesprek  van Werner Trio van Radio Klara over geld en waarde.

Dit alles gebeurde in de Beurs van Berlage, wat ons inspireerde om de bijpassende stukjes financiële geschiedenis van dat pand op te nemen in een apart deel van ons digitale museum Financieel Erfgoed op de Kaart, Sindsdien is die informatie beschikbaar voor Iedereen met een mobiele telefoon: wie de GPS functie activeert krijgt de dichtbijzijndste lokatie te zien op de smartphone.

Lezingen/workshops/blogs
Wij schreven een gastblog over Leviathan bij Felix Meritis, bij het Amsterdam Museum over zwerende handjes van de effectbeurs, naast ons vaste online-blog Financiele Geschiedenis bij het Financieele Dagblad. We ontsloten een verborgen verhaal van de Amsterdamse gemeentegiro bij een feestelijke plechtigheid en verzorgden een workshop over de toekomst van het geld voor een grote financiële instelling.

Tot slot: een gesprek bij Casa Luna
Als afsluiting van het jaar waren we, kort voor Sinterklaas, op bezoek bij het radioprogramma Casa Luna om te spreken over de geschiedenis van het geld, alternatieve geldvormen en de situatie in de banksector. Het leverde allerlei leuke en bijzondere reacties op, vooral ook door het gesprek  over de kunstenaars die de crisis wél hadden zien aankomen.

Ook in 2014 zullen we niet stilzitten. We gaan natuurlijk door op de ingeslagen weg, en lanceren daarnaast een Engelstalige en Nederlandstalige app over de financiële geschiedenis van Amsterdam. Aan de hand van beelden uit het stadsarchief nemen we u mee door de stad.

Tot ziens in het nieuwe jaar !

Nu ook in ontwikkeling: de pubquiz financiële geschiedenis van Amsterdam !

AfbeeldingStel je een drukke kroeg voor. Het is er niet rokerig, wel heel gezellig. Aan tafels en aan de bar zitten teams van spelers, klaar om getest te worden op hun kennis van de geschiedenis. De financiële geschiedenis van Amsterdam om precies te zijn. En jawel, daar komt de eerste vraag. De smartfoons moeten off-line, alles gaat uit het hoofd. Waarom mag Amsterdam de Keizerskroon voeren…?

Deze en nog veel meer vragen worden onderdeel van de pub-quiz die we momenteel ontwikkelen voor het stadsarchief Amsterdam. De vragen worden samengevoegd met vele anderen over kunst, cultuur, straatnamen, enzovoorts. Allerlei teams van uiteenlopende gemeentelijke clusters mogen zich aan de beantwoording wagen.

Heeft u ook een event of borrel waar u op luchtige wijze stil wilt staan bij een prachtig stukje geschiedenis? Bel ons en we ontwikkelen samen met u een mooie pubquiz.

Simon Lelieveldt spreekt in Casa Luna over geld, banken en ons financieel erfgoed

AfbeeldingOp 3 december, ‘s morgens vroeg, aan de vooravond van Sinterklaas, was Simon Lelieveldt te gast in het radioprogramma Casa Luna. Nathan Vecht ging met hem in gesprek over geld, banken, de financiële geschiedenis en ons financieel erfgoed (direkt in het begin). Daarna waaierde het uit naar muziek, de financiële crisis, wat we daartegen kunnen doen, wat er al gebeurt en welke alternatieve betaalmiddelen er zoal zijn.

Op de website van Casa Luna kunt u de uitzending terugbeluisteren. In het begin van het eerste uur hoort u het meeste over financiële geschiedenis. De foto hierboven werd na afloop genomen: U ziet Simon met één van de chocolademunten/euro’s die hij voor de gelegenheid had meegenomen.

100 jaar Beursplein 5: artikel over Financieel Erfgoed in Haarlems Dagblad

Begin deze maand vierde de AEX haar verjaardag: het was precies 100 jaar geleden dat Beursplein vijf in gebruik werd genomen. Met een spetterende opening door Koningin Maxima ging de viering van start en werd de Amsterdam Exchange Experience geopend: een tentoonstelling over de geschiedenis van de beurs. Wij feliciteren de AEX van harte hiermee: het is fijn dat er een openbare lokatie bijkomt waar je meer kunt leren over de geschiedenis van geld en beurzen.

De opening was aanleiding voor het Haarlems Dagblad om contact met ons op te nemen over de wandelingen en activiteiten op het gebied van Financieel Erfgoed. Dat leverde een klein artikeltje op met de titel: ‘In 1600 had je ook al Dirk Scheringa’s’. De hele pagina van het Dagblad kunt u hier lezen.

 

Denkcafe over Geld 2.0 in Arminius

Op 18 september waren we aanwezig in het denkcafé van Arminius in Rotterdam. Dat behandelde het onderwerp: Geld 2.0 en ging grotendeels over Bitcoin. In de discussie lichtten wij toe hoe de ervaringen van vroeger geldsystemen zich verhouden tot de digitale kraaltjes die Bitcoin zijn. De sessie is opgenomen en hier op de website van Vimeo te bekijken: onze toelichting begint zo’n beetje na een half uur.

 

Financieel Erfgoed nu ook op Facebook en Twitter actief !

Sinds twee weken zijn wij ook op Facebook actief. Daar vind je een overzicht van wat we zoal publiceren en aan lezingen, rondleidingen, en workshops doen. Tegelijkertijd hebben we ook de link gemaakt naar ons Twitter-account, waar we elke dag een link publiceren naar ons digitaal museum: Financieel Erfgoed op de Kaart. Zo kunt u ons goed volgen en het spreekt voor zich: een like op Facebook stellen we zeer op prijs !!

Het verleden en de toekomst van ons geld

MuntenDe gouden eeuw, handel, wisselbanken, koopmanshuizen, de spaarpotsteeg, de bank van lening, de Nederlandsche bank, beleggingsfondsen, de Munt en het Paleis op de Dam – wat hebben al deze plekken gemeen? En wat niet?

Financieel Erfgoed organiseert op 6 juni a.s. samen met Second Sight, trendwatcher en historicus Andrea Wiegman, een ochtend over het verleden en de toekomst van geld. Hoe zit ons waardesysteem in elkaar? Hoe is het ontstaan? En wat betekent dit voor de toekomst van geld? Nu er zoveel gebeurt op gebied van de euro, goud, digitaal geld, Ddosaanvallen en waardesystemen is het goed om dit eens in kaart te brengen en samen over die toekomst na te denken.

De sessie begint met een korte stadswandeling langs de locaties in Amsterdam waar de geschiedenis van ons geld is geschreven. Particuliere initiatieven, overheidsingrijpen, het openzetten van markten, informal investors, sociale interventie, beleggingsfondsen – door de geschiedenis heen is ons geld systeem tot een ingewikkeld systeem verworden. Waar liggen de kansen nu? Voor bankiers, voor ondernemers. Kom naar dit event om meer te leren over ons geldsysteem, het verleden, het nu, maar ook de toekomst van ons geld!

De sessie vindt plaats op 6 juni a.s., van 9.30 tot 13.15 op de lokatie van Second Sight in Amsterdam – Nieuwzijds Voorburgwal 336. De kosten bedragen 375 euro – inclusief het Yearbook 2013 and beyond van Second Sight/ exclusief BTW.

Programma
9.30 Ontvangst met koffie en croissants
10.00 – 11.00 Tour/stadswandeling financiële geschiedenis Amsterdam
11.15 – 12.15 Hoe is ons banksysteem ontstaan?
Het verleden van geld door Simon Lelieveldt
12.15- 13.15 Trends en de toekomst van geld
Interactieve discussie o.l.v. Andrea Wiegman, historicus en oprichter van Second Sight

Klik hier om u in te schrijven

Werner Trio modereert mooi gesprek over geld en waarde op Filosofie Nacht

Dit weekend was de Administratiezaal in de beurs van Berlage het toneel voor een mooi gesprek over geld en waarde, in het kader van de Filosofie Nacht. Werner Trio van VRT Radio Klara sprak met Karim Bennamar en Simon Lelieveldt hierover. En, zoals het programma boekje aankondigde:
Geld kennen we allemaal. Maar hoe ontstaat waarde? Waarom zijn sommige producten zoveel waardevoller dan andere en wat is de waarde van geld dat niet is gedrukt door een nationale bank? Filosoof Karim Benammar onderzoekt geld, waarde, en hun onderlinge verbondenheid. Oud-bankier en ‘payment expert’ Simon Lelieveldt houdt zich naast ‘gewoon’ geld ook bezig met complementaire geldvormen, waarvan de waarde nog bepaald moet worden.

Het gesprek was levendig en voerde langs de geschiedenis van betalen en bankieren, naar de vraag wat geld is, wat waarde heeft en hoe de toekomst eruit zou kunnen zien. En als u wilt kunt u alsnog meeluisteren, aangezien het op de website van Radio Klara terug te luisteren is. Klik daarvoor op deze link en beluister het programma van Zaterdag 13 april 2013.

Natuurlijk konden ook de bitcoins niet op het programma ontbreken. Beluister een korte uitleg hierover hier.

Online gids Beurs van Berlage vandaag gepubliceerd

Beurs van Berlage gids voor Filosofie Nacht 2013Financieel Erfgoed publiceert vandaag, ter gelegenheid van de Filosofie Nacht op vrijdag 12 april aanstaande, een on-line gids over de Beurs van Berlage. De bezoekers kunnen deze gids via de mobele telefoon raadplegen, via QR-code of via de eigen desktop. Zij vinden dan bij elke ruimte die tijdens de Filosofie Nacht in gebruik is, een verhaal met extra achtergrondinformatie en beeldmateriaal over de (financiële) geschiedenis van die lokatie.

De verhalen in de gids sluiten aan op de thema’s van de Filosofie Nacht: schuld, boete en al wat met filosofie, geld en moraal te maken heeft. Wie ze allemaal leest ziet dat juist de Beurs van Berlage hiervoor een geschikte lokatie is. Al vanaf het eerste begin vertegenwoordigt dit gebouw zowel de handel als een idealistische visie op de ideale samenleving zonder geld.

Eén van de verhalen gaat bijvoorbeeld over de afgezaagde handjes uit de effectenbeurszaal. Deze handjes waren te vinden op de ijzeren hekken waarmee de effectenbeurs werd afgesloten van het publiek. Op de hekken bevonden zich geldzakken, als illustratie dat het hier ging om de effectenbeurs, waar klanten tijdelijk hun geld op ‘prolongatie’ uitzetten. 

De beurshandelaren voelden zich moreel veroordeeld door die handjes en interpreteerden ze als zou Berlage hebben willen suggereren dat het op de effectenbeurs alleen om geld draait. Andersluidende toelichtingen door hem of de Vereeniging van den Effectenhandel werden niet aanvaard en er werd een smidsgezel ontboden om de handjes af te zagen.

Een meer uitgebreide versie van het verhaal achter de afgezaagde handjes vindt u op de online-blog in het Financieele Dagblad.

De gids is overigens niet de enige activiteit die vanuit Financieel Erfgoed wordt aangeboden. Tijdens de Filosofie Nacht houdt Simon Lelieveldt in de noteerzaal een lezing met de titel: ‘Back to the Future’ over Betalen en Bankieren van vroeger tot nu. En op de vrijdagmiddag vóór de nacht is er de mogelijkheid om mee te lopen op een financiële geschiedeniswandeling (i.s.m. cultureel organisatiebureau Artifex).

Ontmoet Financieel Erfgoed op 4 april op de Amsterdamse Innovatie Markt !

Vandaag hebben wij – met dank aan hackettdesign.nl – de banner gemaakt die Financieel Erfgoed op 4 april ‘s zal gebruiken om op de Amsterdam Innovatie Markt te laten zien welke mooie kansen het Nederlands (financieel) erfgoed biedt om het publiek en het bedrijfsleven te boeien en te inspireren. Bent u -net als wij- gefascineerd door de verhalen uit onze financiële geschiedenis, kom dan langs en spreek met ons over:Banner Financieel Erfgoed

– het in januari gelanceerde digitale museum Financieel Erfgoed op de Kaart, waar het publiek geleidelijk aan vertrouwd wordt gemaakt met de verhalen achter de Nederlandsche financiële geschiedenis ; begonnen in Amsterdam biedt het platform nog vele nieuwe gebruiks- en samenwerkingsmogelijkheden voor opleidingen multimedia/ geschiedenis, lokale geschiedeniskringen, citymarketing en musea,

– de QR-functionaliteit van Financieel Erfgoed op de kaart als online-gids voor de bezoekers van de Filosofie Nacht op 12 april aanstaande; een praktisch voorbeeld van event-marketing die ook uw organisatie kan inzetten,

– de maatwerk rondleidingen en  tours waarin wij uw gasten kunnen verhalen over de financiële geschiedenis van Amsterdam; tal van organisaties gingen u al voor, zoals De Nederlandsche Bank, Gemeente Amsterdam, ING, Collis. Op Trip Advisor leest u de referenties van de deelnemers. Wij werken hierbij onder andere samen met partners uit het culturele veld zoals bijvoorbeeld kunstproductiebureau de Mecenas,

presentaties en lezingen over de financiële geschiedenis en de financiële sector; juist de ontwikkelingen van vroeger tot nu, bieden het publiek vaak extra inzicht in de ontwikkelingen van dit moment. Financieel Erfgoed vertelt er graag over, of het nu gaat om een open-mike sessie op de verjaardag van Occupy of een lezing voor een groep Young Professionals van Holland Financial Centre,

– onderzoek en advies over (financieel) erfgoed; de eigen (financiële) geschiedenis van uw stad, bedrijf of organisatie kan ook ingezet worden voor doelen die vérder reiken dan culturele attracties. Zo droegen wij bij – als onderdeel van het project historische goudmijnen in Amsterdam- aan een project waarin de geschiedenis een rol krijgt bij de scenarioplanning 2025 voor de Metropoolregio Amsterdam.

We zien u graag op 4 april aanstaande en wilt u voor die tijd al een afspraak maken voor die middag: gebruik dan de Inscene app !

Simon Lelieveldt

Financieel Erfgoed tijdens de filosofie-nacht op 12 april 2013 in de Beurs van Berlage

Op 12 april vindt in de Beurs van Berlage, tijdens de maand van de Filosofie, de Filosofienacht plaats. Onder het motto Schuld en Boete wordt teruggegaan naar de wortels van de vrije markt – de Amsterdamse beurs is de oudste effectenbeurs ter wereld – en wordt onderzocht waar het mis is gegaan. Economie, waarde, kapitalisme, neoliberalisme en zelfs geld: het zijn begrippen waarmee we dagelijks geconfronteerd worden. Maar wat betekenen ze nou eigenlijk? En welke invloed hebben ze? De economische crisis waar we midden in zitten beperkt zich al lang niet meer tot de economie. Ook lijken economische instrumenten niet toereikend om het tij te keren. Het probleem zit veel dieper.

QR Code voor Beurs van Berlage

Tijdens de nacht zal het platform Financieel Erfgoed op de Kaart gebruikt worden om via QR-codes en de mobiele website een verdere toelichting te geven op het gebruik van de Beurs van Berlage als beurs, handelsvloer en de bijzondere verwijzingen die hierover in het gebouw nog te vinden zijn. Denk bijvoorbeeld aan verborgen herdenkstenen, oude koersborden en verdwenen handjes. De eerste QR-code, bij de ingang aan het Damrak, vertelt het algemene verhaal u kunt deze hier alvast met uw camera uitproberen (of op de code klikken en dan komt u op de webpagina).

Het inhoudelijk programma van de nacht vindt u hier. Aan het eind van de avond zal Simon Lelieveldt in de Berlage zaal terugblikken op de financiële geschiedenis en van daaruit onderzoeken welke weg vooruit er te bepalen is voor bankiers en burgers, en hoe zicht dat vertaalt naar nieuwe betaalvormen zoals wellicht betalen via Twitter met een twitbiljet….?

Lancering Financieel Erfgoed op de Kaart – 14 januari 2013

Financieel Erfgoed op de Kaart

Op 14 januari 2013 is de website Financieel Erfgoed op de Kaart gelanceerd. De site www.financieelerfgoedopdekaart.nl is ontwikkeld door Simon Lelieveldt in samenwerking met het stadsarchief Amsterdam en Amsterdam Museum en Joods Historisch Museum.

Op deze website vindt u geleidelijk aan meer informatie over de verdere ontwikkeling en het beheer van de website.